De traditionele ketel

De traditionele of standaard ketel werkt op een temperatuur van meer dan 50° Celsius. De oudere ketels hebben een rookgastemperatuur die 250° kan bedragen. Door het grote temperatuursverschil en de hoogte van de schouw is er een  grote schouwtrek.

In deze ketels is een hoge temperatuur noodzakelijk, om condensatie in de installatie te vermijden:  de rookgassen bevatten namelijk een hoge concentratie waterdamp, die zal condenseren bij lagere temperaturen (tussen 50° en 55°C). Hoe lager de temperatuur hoe meer kans op condensatie. Deze condensatie is schadelijk voor de ketelwand van de brander (oxidatie) en voor de schoorsteen.

Deze hoge keteltemperatuur kost wel energie. En hoe hoger de keteltemperatuur, hoe groter ook de warmteverliezen, dus hoe minder duurzaam. De meeste ketels, ouder dan 15 jaar, zijn van dit type. Door deze te vervangen door een modern, zuiniger gesloten type, zal heel wat geld uitsparen en een aanzienlijke bijdrage leveren aan het behalen van de Kyotonorm.

De traditionele ketel is een open of atmosferische ketel die de zuurstof haalt uit de lucht van de ruimte waarin de ketel is opgesteld. Een goede luchttoevoer is hier van groot belang.

Bij de nieuwe generatie ketels is de rookgastemperatuur veel lager, de ketels hebben een hoger verbrandingsrendement, en daardoor wordt de schouwhoogte ook nauwkeuriger berekend. De moderne modulerende condensatieketels kunnen bij lage temperaturen werken, waarbij condensatie pas optreedt onder de 35°. Deze gesloten types halen de verbrandingsruimte van buiten via een dubbelwandige schoorsteen. 

© 2008 Groep Arco - gebruiksvoorwaarden -
website: kixx / brainlane.com
© Groep Arco - 2008