Open en gesloten toestellen

Open toestellen
De oudere traditionele toestellen zijn open of atmosferische toestellen. De verbrandingslucht halen ze uit de omgevingsruimte, waarin de brander zich bevindt. Hier is bijgevolg een goede luchttoevoer vereist. Bij grotere installaties is een goede verluchting van de stookplaats noodzakelijk met boven- en onderverluchting. De grootte van de onderverluchting hangt af van het ketelvermogen.
Gesloten toestellen
De gesloten toestellen halen een verbeterd rendement door gestuwde aan- en afvoer van de verbrandingslucht via een ventilator. Deze techniek wordt vooral toegepast bij gastoestellen, maar heeft recentelijk ook ingang gevonden bij toestellen op stookolie. De gesloten toestellen zuigen de verbrandingslucht aan van buiten, en vormen bijgevolg een goede beveiliging tegen CO – vergiftiging.
Gesloten verbrandingstoestellen halen een hoger rendement omdat de aan- en afvoer van lucht regelbaar is. Voor deze toestellen is zelfs geen noodzakelijke schoorsteen meer vereist. Een afvoerpijp via het dak of zelfs via de muur volstaat. Meestel is de aan- en afvoerpijp een dubbelwandig systeem. Via de buitenste rand wordt de verse verbrandingslucht aangezogen, en via de centrale buis worden de rookgassen naar buiten gestuwd. Dit systeem is heel wat goedkoper dan een traditionele schoorsteen.
De ventilators zijn vrij krachtig, waardoor het geen probleem vormt als de ketel verder verwijderd is van de aan- en afvoer opening van verse lucht, respectievelijk rookgassen.
De lucht wordt aangezogen en afgevoerd via een electrische ventilator, die een kleine impact heeft op het elektriciteitsverbruik, wat echter ruimschoots gecompenseerd wordt door een veel lager brandstofverbruik.